Zonne-energie is overal inzetbaar: op daken, op velden, op water. Ook op zandwinplassen die nog in gebruik zijn. Juist dat enorme potentieel is het grootste probleem. Hoe meer zonneparken en daksystemen we aanmelden, hoe voller het elektriciteitsnet raakt. Met als resultaat dat veel van die duurzame stroom nergens heen kan. Hoe benutten we die potentie juist wel?

Op veel locaties ontbreekt simpelweg de netcapaciteit voor een aansluiting. En zelfs wanneer een aansluiting wél mogelijk is, kunnen we vaak slechts een deel van de beoogde productie invoeden. Dit zet direct de businesscase onder druk.
Daarbovenop komt een tweede probleem, met dezelfde oorzaak: het aantal uren met zeer lage of negatieve elektriciteitsprijzen groeit. Op zonnige momenten is er simpelweg te veel aanbod. De rendabele exploitatie van zonne-energie wordt daardoor steeds complexer. Juist door de groei van zon.
Beide problemen vragen om hetzelfde antwoord: energie die je niet meteen kunt gebruiken of terugleveren, moet je kunnen opslaan en transporteren. Dat is precies waar een energiehub om draait. Een lokaal systeem waarin we opwek, opslag en verbruik van duurzame energie op elkaar afstemmen, zodat vraag en aanbod beter in balans komen.
Bij Hydronex werk ik aan de realisatie van energiehubs. Persoonlijk vind ik vooral de bouwfase en de eerste productie van een project het mooiste onderdeel van het proces. Dat is het moment waarop alle voorbereidingen samenkomen en de inspanningen zichtbaar worden.
Door zonnestroom om te zetten in waterstof via een elektrolyser, zetten we overtollige energie om in een te transporteren product. De elektrolyser vangt stroom op die het net niet kan verwerken en anders verloren zou gaan. Hiervan maken we waterstof die we wél kunnen vervoeren, opslaan en gebruiken. Bijvoorbeeld om voertuigen op te laten rijden in plaats van op fossiele brandstof. Eén oplossing voor twee knelpunten: netcongestie én prijsrisico verdwijnen tegelijk uit de vergelijking.
Voor Hydronex is dit precies waarom energiehubs met waterstof een centrale rol spelen: niet als toevoeging op zonprojecten, maar als noodzakelijke schakel om ze überhaupt rendabel te houden. Dat vraagt wel om intensieve samenwerking tussen ontwikkelaars, gemeenten en netbeheerders. Samen moeten ze de vraag en het aanbod lokaal in balans brengen.
In Steenwijk en Vriezenveen zijn deze energiehubs het verst gevorderd. Deze twee projecten laten zien hoe deze aanpak in de praktijk werkt, elk op hun eigen manier.
Op Energiehub Eeserwold bij Steenwijk werk ik met het team aan de ontwikkeling van een elektrolyser en waterstoffabriek. In plaats van te wachten op een nieuwe, zware netaansluiting, voeden we de installatie door zon-op-dak en veldopstellingen van bedrijven op het bedrijvenpark, gecombineerd met een cable pool-constructie. Als Hydronex verdelen we de bestaande netcapaciteit efficiënter tussen partijen. Zo ontstaat ruimte voor groei zonder dat we het net zwaarder belasten.
In Vriezenveen ligt de oplossing letterlijk op het water. Op de zandwinplas Oosterweilanden realiseren we een grootschalig drijvend zonnepark. Op een deel van de plas winnen we nog zand, terwijl het andere deel duurzame energie opwekt voor een elektrolyser en waterstoffabriek elders op de hub. Die energie voedt niet alleen de waterstofproductie, maar ook het volledige elektrische proces van de zandwinning zelf. Van klasseerinstallatie tot zandzuiger.
Steenwijk en Vriezenveen laten zien dat er niet één blauwdruk is voor de energietransitie. Wel een terugkerend principe: wat het net niet aankan, hoeft niet verloren te gaan. Met de juiste infrastructuur zetten we het overschot aan energie om in een nieuwe energiedrager. Klaar voor de volgende stap in de verduurzaming.